Vanaf de parkeerplaats volgt het pad de rivier over een bosweg. Op het eerste stuk deelt het de route met de langeafstandsweg GR-7. Je steekt het water meer dan eens over. Van opzij komt de Arroyo de las Truchas erbij. Bij de stenen Puente de los Caracolillos gaat de GR-7 weg; het Borosa-pad blijft bij de beek.
Iets verder daalt een pad de Cerrada de Elías in: een smalle kalksteenspleet met houten loopbruggen boven het water. Dat is de foto waar de meeste mensen voor komen. Vanaf het bezoekerscentrum is het zo’n 4–5 km. Heen en terug is een rustige ochtend — zeg 8–10 km en twee tot drie uur — over makkelijk terrein als de planken open zijn.
Blijf je op de bosweg, dan kom je bij de waterkrachtcentrale van de Salto de los Órganos, ongeveer 7,3 km vanaf de start. Daar eindigt het officiële gemarkeerde pad. Een bord kan eruitzien als het einde. Achter het gebouw klimt een steiler pad langs watervallen, door irrigatietunnels (neem een zaklamp) naar het kleine stuwmeertje Aguas Negras, de karstbron van de Borosa en iets verder de Laguna de Valdeazores. Die extra klim is het zware deel: losse steen, hoogte en lengte. Reken 6–8 uur heen en terug als je zover gaat, en begin vroeg.
- Tot de Cerrada de Elías: ongeveer 8–10 km heen en terug, 2–3 uur, makkelijk als de loopbruggen open zijn
- Tot de centrale: ongeveer 14–15 km heen en terug, 4–5 uur, middelzwaar
- Tot Aguas Negras en Valdeazores: ongeveer 21–24 km heen en terug, 6–8 uur, middelzwaar tot zwaar door de afstand




